Vanuit het principe dat een maatregel de burger niet meer mag kosten dan het de overheid oplevert, verdient het idee geen schoonheidsprijs. Wij kunnen gevoeglijk aannemen dat het tarief van de vergoeding bij veel bedrijven verlaagd wordt naar 14 cent. De alternatieven leveren nl administratief veel extra werk op. De werknemer levert dan dus 5 cent per kilometer in. Omdat het bedrijf een “kostenbesparing” heeft, neemt de winst toe met deze 5 cent, waarover 1 of 1.125 cent extra vennootschapsbelasting wordt betaald.
Wanneer we alle belastingen die in de echte kilometerprijs verwerkt zitten, zouden berekenen, dan zullen wij ongetwijfeld een bedrag vinden dat hoger is dan de 14 cent. Met andere woorden: de werkgever mag niet eens de door de werknemer betaalde belasting op zijn autokosten volledig belastingvrij vergoeden. Het moet niet veel gekker worden.
De maatregel getuigt ook niet van consistent beleid. De overheid heeft door de bijtellingtarieven voor standaardauto’s op 25% te stellen in feite een ontmoedigingsbeleid voor lease-auto’s gevoerd. Oorspronkelijk was de bijteling bedoeld om het privé voordeel als loon in natura te belasten. Daarentegen was de vergoeding voor het gebruik van de privéauto bedoeld als schadeloosstelling voor de werknemer. De balans tussen die twee is ver te zoeken.
Neem bijvoorbeeld een auto van € 25.000. Zijn veronderstelde privé voordeel is dus 25% van € 25.000 = € 6.250. Dit bedrag is de basis voor het “loon in natura”. Wanneer de werkelijke kosten (volgens het huidig tarief) € 0.19 per kilometer zouden zijn, dan zou hij dus 32895 km per jaar privé moeten rijden. Dat gaat dus niet lukken en zeker niet in het land waar je in de file meer stil staat dan rijdt…
Stel: een werknemer heeft 40 km (enkele reis) woon-werkverkeer. Hij doet dit dus zo’n 46 weken per jaar, 5 dagen per week. Totaal dus 18400 km.
Wanneer de werkgever, zoals verondersteld, de vergoeding verlaagd tot € 0.14 dan levert hij dus € 920.00 per jaar in, terwijl de extra (VPB) inkomsten voor de staat maar zo’n € 184,00 zijn. De winst voor de werkgever is dus het verschil van die twee. Echt eerlijk is anders. Dit is voor een modale werknemer een half maandsalaris…
De werkgever wil niet “verdienen” aan de lastenverhoging, maar wil zijn kosten niet laten stijgen en betaalt gewoon € 0.19 uit en houdt de belasting over het “exces” van € 0.05 in. De extra kosten die tussen de € 300 en € 480 per jaar uit de zak van de werknemer geklopt worden, vloeien direct naar de schatkist. Effecten van de zorgverzekeringswet e.d. hierop heb ik maar even buiten beschouwing gelaten. Wanneer de werknemer een modaal inkomen heeft, dan is dit 1.75% daling van netto inkomen. Gewoon omdat hij 40 km bij zijn werk vandaan woont en het verhuizen naar een ander modaal koophuis aan transactiekosten (dus zonder “bedstro”) hem zo om en de nabij een half netto-jaar-salaris kost. Dichterbij wonen gaat het dus niet worden…
De werkgever is super sociaal en heeft geen last van de crisis en besluit gewoon € 0.19 netto uit te betalen en de belasting voor zijn rekening te nemen. Dit kost de werkgever, afhankelijk van het salaris van de werknemer tussen de € 1.373 en 1.917 per jaar. Ik betwijfel of het makkelijk is om hier de handen voor op elkaar te krijgen.
Aangezien de scenario’s 2 en 3 nogal wat extra administratieve lasten meebrengen, kunnen we verwachten dat er voor nummer 1 gekozen zal worden. Helaas voor de werknemer.
GroenLinks[1] wil de maatregel gebruiken om de werknemer het openbaar vervoer in te krijgen. Bij mij in de omgeving kan dat al redelijk lastig worden. Van mijn huis naar bijvoorbeeld de Industrieweg in Deventer is 56km en duurt ca drie kwartier met de auto. Met openbaar vervoer kost het zo’n anderhalf uur, en € 4500 per jaar. (Dit is overigens dan dus ruim € 0,24 per kilometer). Op jaarbasis ben je dan dus zo’n 350 uur extra kwijt. Dat zijn dus twee maanden aan werkuren.
Volgens mij begrijpt men dus niets van de beslommeringen van de hardwerkende Nederlander.
[1] Geen regeringspartij, maar gaf vandaag op Radio 1 bij monde van heer Braakhuis instemmend commentaar
Gert Laman is een coach, trainer en consultant met een zeer brede internationale ervaring. Hij is een oorspronkelijk en creatief denker, die leiders en managers graag de spiegel voor houdt. Denken in kansen en mogelijkheden, zonder de realiteit uit het oog te verliezen, is zijn credo.